Bezoek aan Manokwari in West-Papoea: kennismaking met het onbekende Indonesië

0

Door: Laurens Mol

Op het wat gedateerde, maar altijd knusse terminal 1 van Soekarno Hatta vliegveld in Jakarta, begon mijn reis naar de voor mij totaal onbekende provincie West-Papoea. Dit bezoek volgt op een uitnodiging van een goede vriend van mij, Michael Patawala, die in Manokwari, een stad aan de noordkant, werkzaam is voor een internationale organisatie.

Samen met Michael Patawala en lokale schoolkind

Hoewel ik de afgelopen jaren al veel van Indonesië heb gezien en niet snel meer verbaasd ben, was het wachten om te boarden voor mij een vreemde gewaarwording. Het merendeel van de passagiers had een donkere huidskleur, kroeshaar en was niet zo tenger gebouwd als de voor mij bekende Javanen, Balinezen en Sumatranen. Ik had het gevoel dat ik eerder een vlucht nam binnen een ander continent dan naar een andere provincie in Indonesië.

Op de route van het vliegveld naar mijn onderkomen was het straatbeeld van Manokwari gevuld met, zoals in elke andere Indonesische stad, kretek sigarettenreclame, bakso-stalletjes en ojeks maar dan tegen een achtergrond van vrolijk gekleurde huisjes en kerken die ook in de Caraïben niet misstaan. Daarnaast heb ik de eerste tekenen van een ander Indonesisch fenomeen mogen meemaken, namelijk de macet, de befaamde files waar Jakarta al decennia mee te kampen heeft. 

Michael heeft mij daarop een aantal dagen op sleeptouw genomen voor een korte maar intensieve kennismaking. Omdat hij geen verlof kon opnemen, heb ik hem regelmatig vergezeld bij zijn dagelijkse werkzaamheden. Dit bestond onder meer uit het bijwonen van vergaderingen met de plaatselijke notabelen in hippe koffiebarretjes die niet zouden misstaan in Jakarta. Alcohol werd nergens geschonken omdat er in de provincie een algeheel alcoholverbod geldt. Anders dan in Atjeh, waar ook een alcoholverbod geldt, is in Papua niet de religie maar het hoge percentage alcoholmisbruik de reden voor dit verbod. Ik heb vernomen dat de enige plek om een biertje te nuttigen een karaoketent zou zijn, waar ook andere niet persé aan zingen gerelateerde diensten worden aangeboden.  

Ik heb tijdens mijn verblijf veel mensen uit omliggende eilanden ontmoet, zoals Celebes en de Molukken, maar ook Javanen en zelfs een Sumatraan. Veel van hen zijn gemigreerd in het kielzog van de groeiende bedrijvigheid van de afgelopen tijd. West-Papoea maakt nu, na jarenlang te zijn genegeerd door Jakarta, een sterke ontwikkeling door. Er wordt flink geïnvesteerd in infrastructuur en er vestigen zich steeds meer bedrijven in de provincie, al dan niet vanwege de enorme natuurlijke rijkdommen.

Het viel mij op dat de migranten en de oorspronkelijke bewoners van West-Papoea weinig  in elkaar opgaan. Zo sliep ik in een wijk gesticht door Javanen en bewoond door voornamelijk Javanen. Ik was dan ook erg benieuwd naar de oorspronkelijke bewoners. Hoewel de kinderen je net zoals in de rest van Indonesië begroeten met “hey mister” voelde ik wel met hen meer afstand. Ik had moeite om een praatje aan te knopen, wat erg wennen was na een week op Java waar ik de dagen vulde met small talk. Het ijs ontdooide gelukkig toen ik het lokale pepmiddel ging proberen, de betelnoot. Deze noot is enorm populair op het eiland omdat het opwekkend is en een euforisch gevoel geeft.  Om dit te bereiken moet je op de noot kauwen samen met kalk waarbij een rode substantie ontstaat die je dan uitspuugt. Het blijkt een hele handeling te zijn en het smaakt als accuzuur. Mijn samengetrokken gezicht en het rode sap dat langs mijn mondhoeken liep, brachten een glimlach bij de omstanders en hadden daarmee hun interesse gewekt.

In deze op het eerste gezicht verdeelde maatschappij ben ik gelukkig ook personen tegengekomen die hier iets aan doen, waaronder Michael. Vanuit de internationale organisatie waar hij werkzaam voor is, tracht hij gemeenschappen van voornamelijk oorspronkelijke bewoners te verbinden met de politieautoriteiten die op hun beurt voornamelijk bestaan uit immigranten van andere Indonesische eilanden. Daarnaast is hij een drijvende kracht achter een project op Pulau Lemon, een klein onderontwikkeld eiland voor de kust van Manokwari. Omdat de kinderen op het eiland per boot naar wal moeten om naar school te gaan, is de toegang tot het reguliere onderwijs zeer beperkt. Het ontbreekt de ouders het vermogen om de dagelijkse oversteek te vergoeden. Het project heeft daar verandering in gebracht door het inrichten van een schooltje op het eiland zelf. Waar nu nog vrijwilligers les geven, zal op termijn een vaste docent de lessen verzorgen. Het is boeiend om te zien hoe met relatief kleine investeringen levens zijn veranderd. Het project heeft binnen enkele maanden er al toe geleid dat meerdere kinderen hebben leren rekenen, lezen en schrijven. Klik hier voor meer informatie over het Project “Rumah Harapan Anak Pulau Lemon”.

Mijn korte maar intensieve bezoek aan West-Papoea heeft mij meer dan voorheen doen realiseren hoe cultureel divers Indonesië is. Maar ook het natuurschoon heeft een diepe indruk op mij gemaakt. Ik heb nog maar een kruimel van de vele maagdelijke stranden en enorme bossen mogen zien. Ik hoop dan ook dat in de toekomst er zich weer een gelegenheid voordoet om terug te keren en dit deel van Indonesië verder te verkennen. 

Share.

About Author

Leave A Reply